Even voorstellen
Nadat Claudia me eens lief had
aangekeken en me bij ieder verhaaltje een koek heeft beloofd, ben ik
er dan toch ingetrapt. Ik zal regelmatig een verhaaltje laten typen
door mijn vrouwtje voor haar website. Nu zeggen die vorige woorden
mij niet veel. Ik ben namelijk een hond en alles wat ik niet kan
zien, ruiken, horen of proeven interesseert me niet.
Laat ik eerst mijn roedel voorstellen:
Ik ben Scooby, de hond van Angélique. Sommige van jullie kennen haar
als de was en föhn hulp bij de trimsaloon. Wij wonen samen met nog
een teefje en een reu van het menselijke geslacht. Het teefje is een
Boxer genaamd Daisy van 13 jaar en de menselijke reu luistert naar
de naam Paul. Ikzelf ben een 9 jaar oude American Indian Dog. Dit is
een duur woord voor Indiaanse hond.

Laat ik beginnen om wat van mezelf te
vertellen.
Ik heb de eerste 12 weken van mijn
leven in Amerika doorgebracht op een ranch in California. Schijnbaar
wilde ze me daar niet houden want ik moest samen met mijn broer en
een andere hond daar weg. We werden in een stalen vogel geladen en
na een saaie luidruchtige reis kwamen we aan in Nederland. Wat een
verschil met thuis. Druk, veel mensen, stank, lawaai, en nog was de
reis niet over. Mijn broer en ik zaten samen in één kooi en gingen
van de vogel in een auto. Toen we er eindelijk uit mochten hadden we
geen gras of grond onder de poten maar een vreemde soort glad hout.
Er waren veel vreemde mensen en geuren dus we bleven tegen de muren
lopen en onder de tafels en stoelen. Mijn reis was nog niet ten
einde.
Ik werd opgepakt door een vreemd mens
en moest weer in een auto. Na een korte rit kwam ik weer in een
nieuw hol terecht. Ze lieten me daar rond snuffelen maar bleven erg
op me letten. Na wat te hebben gedronken en gegeten viel ik uitgeput
in slaap. Toen ik wakker werd hoorde ik ze telkens een woord zeggen:
SCOOBY.
Ik had geen idee wat een scooby is of
wat ze er verder mee bedoelde. Wel keken ze iedere keer naar mij.
Langzaam begon ik deze vreemde honden te begrijpen. Als ze scooby
zeiden bedoelde ze mij! Ze hadden een naam voor mij verzonnen. Hij
was wel anders dan hoe mijn moeder mij noemde maar die zouden ze ook
niet uit kunnen spreken. Ik heet dus in mensentaal Scooby.
Nu de volgende les:
Een-band-om-mijn-nek-is-leuk. Ja echt niet dus! Maar hoe ik ook
krapte en draaide dat ding kreeg ik niet af. Om het nog erger te
maken werd er ook nog een soort touw aan vast gemaakt. Nu kon ik
niet eens meer lopen waar ik wou. Daar was ik het dus helmaal niet
mee eens. Mijn poten bleven mooi op één plek staan en als ze wilde
dat ik vooruit kwam dan konden ze me dragen of slepen.
Er was wel 1 ding in huis wat erg leuk
was. Er liepen kleine diertjes rond die cavia’s heten. Ze liepen wel
in een afgezet stuk van de kamer maar ik kon er goed naar kijken.
Daar bracht ik het grootste deel van de dag verder door.
’s Avonds wilde ze me in een soort
ijzeren hol stoppen. Ik was er overdag al wel eens in geweest maar
nooit heel lang. Ze stopte me er in met een lekker koekje, deden het
deurtje dicht en vertrokken. Na in 2 dagen mijn moeder, vader,
broers, zus en thuis te zijn kwijtgeraakt, te hebben gevlogen en
gereden en al die nieuwe dingen te hebben meegemaakt, was dit toch
even te veel! Ik zou hier niet in een vreemd hol alleen slapen
zonder te worden beschermd! Wie weet wat hier ‘s nachts rond kruipt?
Dus kon ik maar 1 ding doen. Roepen om hulp! Dat deed ik dus. Waar
mijn nieuwe baasjes ook waren ik zou ervoor zorgen dat ze me zouden
horen. Het duurde ook wel even voor Paul kwam. Ik had al wat schuim
op mijn bek staan maar hij had de boodschap begrepen. Ik mocht bij
hun slapen in een doos. Tevreden draaide ik me er in een rolletje en
viel in slaap.
De eerst komende tijd was ik vooral
bezig om de bazen af te richten. Als ik naar de deur liep, betekende
dat, dat ik er uit moest. Als ik naar hun liep wilde ik geaaid
worden. Als ik met het wollige beestje kwam aanzetten wilde ik
spelen, en meer van dat soort dingen. Paul en Angélique wilden mij
ook van alles leren zoals zit, af, hier, los en meer van die onzin.
Soms werkte ik mee en soms had ik er echt geen zin in. Wel leerde ik
dat de ijzeren kooi veilig was en binnen een week wilde ik er de
hele nacht in slapen.

Ook gingen we met
z’n allen naar een echte hondenschool. Daar kunnen de mensen
leren hoe ze ons die trucjes het beste bij konden brengen.
Na enkele weken kwam de leider van die
roedel met een hond aanzetten. Mijn baas Paul is namelijk helemaal
gek op Boxers. Deze boxer teef was op zoek naar een
nieuwe roedel. Na een tijdje met mij te
hebben rondgesprongen ging ze mee naar ons nest om te kijken of het
klikte. Ze luistert naar de naam Daisy.
Je zou toch denken dat ze wat van mij
geleerd hadden maar nee hoor.De eerste
nacht sliep ze bij mij in de ijzeren kooi, die jullie
bench noemen, en heeft ze de hele tijd
geblaft. Nu kennen wij honden daar een leuk trucje voor. Wij kunnen
onze oren afsluiten van bepaalde geluiden als we dat willen, dus ik
had er niet veel last van. De baasjes kunnen dat niet. Die hebben de
hele nacht niet geslapen. Na onderling overleg mocht Daisy in de
kamer blijven slapen tot ze aan de bench
gewent was.
Zo, nu weten jullie wie ik ben en wie
er bij mijn roedel horen. De volgende keer
vertel ik meer over wat ik met mijn roedel meemaak.
Groetjes en een poot van Scooby en
Daisy